Ingangscriteria

Ingangscriteria zijn de criteria waaraan een subsidieaanvraag tenminste moet voldoen om in behandeling te worden genomen.

  1. Het project betreft een wetenschappelijk onderzoek binnen het domein van de Spoedeisende Geneeskunde.
  2. De hoofdonderzoeker(s) of projectleider(s) is(zijn) als arts werkzaam in de volle breedte van de Spoedeisende Geneeskunde in een Nederlands ziekenhuis.
  3. Het project dient ter toetsing te zijn aangeboden aan een METC op het moment van indienen van de subsidieaanvraag. Daadwerkelijke subsidieverstrekking vindt pas plaats als METC en/of CCMO toestemming is verkregen, of een verklaring van geen bezwaar (niet-WMO plichtig onderzoek) is afgegeven.
  4. De organisatie waar de hoofdonderzoeker(s) of projectleider(s) werkzaam is(zijn) dient de hoofdonderzoeker(s) of projectleider(s) aantoonbaar te faciliteren met voldoende beschermde tijd om onderzoek te kunnen verrichten middels een getekende verklaring van de lokale wetenschapscommissie of afdelingshoofd van de betreffende SEH waar het onderzoek zal plaatsvinden.
  5. Het onderzoeksvoorstel voldoet aan de zgn STROBE-criteria (http://www.strobe-statement.org/?id=available-checklists) wanneer het een cohortstudie betreft, en aan het CONSORT statement als het een RCT betreft.
  6. Het onderzoeksvoorstel voldoet aan de criteria voor “good clinical practice” (http://www.profess.nl/Demo-sopz/sop-z/documents/Referenties/ICH%20GCP%20Richtsnoer.pdf)

Toetsingscriteria

Elke in behandeling genomen aanvraag wordt getoetst door de adviesraad op relevantie en kwaliteit aan de hand van onderstaande toetsingscriteria. Op basis van deze criteria adviseert de adviesraad het bestuur.

A. Relevantiecriteria

Diversiteit: Diversiteit van de doelgroep (naar kenmerken als sekse, leeftijd,  sociaal economische situatie, culturele achtergrond etc.).

Participatie: Het SGOfonds beoogt te stimuleren dat belanghebbenden worden betrokken bij projecten. Hierbij kan gedacht worden aan beroepsgroepen buiten de spoedeisende geneeskunde die zich met het betreffende thema bezighouden, maar ook eventuele zorggebruikers of zorgfinancierders wanneer van toepassing.

Data ontsluiting: wanneer een nieuwe dataverzameling wordt aangelegd dient de aanvrager aan te geven hoe de data na afloop van het onderzoek worden gearchiveerd, en hoe deze ontsloten kunnen worden voor toekomstige onderzoeksvragen, eventueel van onderzoekers die niet tot de aanvragers behoren.

Toepasbaarheid: De te verwachten toepasbaarheid en het gebruik van resultaten in de klinische praktijk. In hoeverre zullen de uitkomsten klinisch handelen beïnvloeden? Wie gaan de resultaten van het onderzoek gebruiken?

Implementatietraject: In hoeverre voorziet de subsidieaanvraag in kennisoverdracht en implementatie van de resultaten in de praktijk.

B. Kwaliteitscriteria

T.a.v. de doelstelling van het onderzoek

  • Is sprake van een concrete en toetsbare vraagstelling?
  • Is de theoretische onderbouwing adequaat?
  • Is duidelijk welke kennis al beschikbaar is over het onderwerp, en wat de studie daar     aan poogt toe te voegen?
  • Is METC goedkeuring verkregen?
  • Is een schriftelijke akkoordverklaring van de (ziekenhuis)bestuurder waaronder aanvrager werkzaam is?

T.a.v. plan van aanpak

  • Wordt helder beschreven welke data verzameld dienen te worden, en of hierbij gebruik gemaakt wordt van bestaande databases, of dat nieuwe databases aangelegd moeten worden? Is een heldere beschrijving van de methoden en analyses die gebruikt gaan worden?
  • Is (wanneer van toepassing) een sample-size berekening gedaan?
  • Is een reële begroting voor het project bijgevoegd? Is beschreven welke andere subsidieverstrekkers/ instanties een bijdrage leveren aan het project?
  • Is beschreven welke expertise er bij het project betrokken zullen zijn, en is hiervoor concreet aangegeven welke tijdsinvestering door de verschillende participanten geleverd zal gaan worden?
  • Is het project uitvoerbaar binnen de gestelde onderzoekstijd?

T.a.v. de aanvrager

  • Wat is de ervaring, productie (publicaties, richtlijnen, protocollen)en impact van het onderzoek in de afgelopen jaren van de aanvrager/ aanvragende groep mbt het onderwerp waarvoor het onderzoeksvoorstel is ingediend?

T.a.v. de tijdslijn

  • Wordt een duidelijke tijdslijn voor het onderzoeksproject geschetst?
  • Is het aannemelijk dat de gestelde doelen binnen de daarvoor gestelde tijd gehaald worden?

Rapportage

Bij toekenning van een subsidie, wordt als tegenprestatie van de onderzoeker gevraagd dat hij/zij:

  • Halverwege het onderzoekstraject het SGOfonds een tussentijdse rapportage geeft m.b.t. de vorderingen van het onderzoek.
  • Binnen 3 maanden na het verstrijken van de einddatum van het project  het SGOfonds een eindrapportage doet toekomen.
  • Het SGOfonds als “funding-source” noemt in wetenschappelijke publicaties en voordrachten voortvloeiend uit het onderzoek.

NB: Indien het onderzoek waarvoor subsidie is verkregen zonder plausibele verklaring (ter   beoordeling van het bestuur) niet binnen de gestelde termijn is uitgevoerd, dient het subsidiegeld  te worden teruggestort op de rekening van het SGOfonds. Ook indien geen rapportage plaats  vindt of als het bedrag niet is besteed conform de aanvraag, zal het gehele bedrag worden   teruggevorderd. Zolang het bedrag niet is terugbetaald komen de directe aanvrager(s) en de  instelling(en) waar zij werkzaam zijn of waren niet in aanmerking voor nieuwe subsidies.